Wildspottips van de Hoge Veluwe-boswachter

Grote kans dat jij bij de Hoge Veluwe meteen denkt aan moeflons met hun bijzondere gekrulde hoorns of aan edelherten die trots hun indrukwekkende gewei tonen. Veel mensen bezoeken het Nationale Park De Hoge Veluwe dan ook in de hoop daar wilde dieren te zien. Maar hoe pak je dat het beste aan? En waar moet je precies zijn? We spreken erover met boswachter Henk Ruseler die het Park kent als zijn broekzak!

Naar welke dieren ga je zelf het liefs op zoek in het park?

Het ree vind ik een mooi, sierlijk dier en de moeflon is natuurlijk heel bijzonder, omdat het Nationale Park De Hoge Veluwe een van de weinige plekken is waar je die kunt zien. Leuk is ook dat moeflons dagactief zijn. Daardoor heb je vaker de kans om ze tegen te komen in het Park. Het zijn wilde schapen die graag op open vlaktes, zoals heidevelden en voormalige stuifzanden, hun voedsel zoeken. Die voorkeur voor vlaktes maakt dat ze veel beter te zien zijn dan herten of zwijnen, die willen zich nog wel eens in het bos verstoppen.

Het is prachtig om een grote kudde moeflons te zien lopen rondom het Bosje van Staf op het Oud-Reemsterzand. De dieren leven in een groep van 50 tot 100 stuks en als echte zwervers gebruiken ze een groot gebied. Maar driekwart van het jaar vind je het merendeel van de populatie op de uitgestrekte vlakten van het Oud-Reemsterzand.

Heb je een favoriete plek waar je naartoe gaat om dieren te spotten?

Ik weet niet of je het weet, maar ik woon midden op het Park. Aan de overkant van mijn huis is een mooie plek, daarvoor hoef ik alleen maar de weg over te steken. Dat is natuurlijk heel leuk als ik ’s avonds een ommetje maak. Vanuit de observatieplek de Schuilkelder zie ik dan wilde zwijnen, reeën en edelherten lopen, maar soms kom ik ook een vos of das tegen.

Vraag je me welk landschap ik het mooist vind, dan ga ik voor het Deelense Veld. Op die 400 hectare aan uitgestrekte gras- en heidevelden is uitzicht daar ontzettend weids. Als er moeflons of edelherten doorheen trekken is dat fantastisch mooi. De variatie tussen nat en droog maakt het ook erg interessant, je hebt er veel veenmoerassen en natuurlijke vennen.

Het Deelense Veld was heel lang geleden ook deels bedekt met stuifzand, dus midden op dat vochtige terrein vind je nog zandduintjes. Daar zie je dan weer slangen en hagedissen. Boven het Deelense Veld vliegen allerlei soorten vogels. Het mooist vind ik de veldleeuwerik, al zingend stijgt hij op en boven je hoofd zingt hij zijn hoogste lied.

Laatst hoorde de rugstreeppadden weer roepen in de vennen van het Deelense Veld, die vind ik fantastisch. Als ik in namiddag of de avond hier voorbij fiets hoor ik honderden van deze padden. Dan doet het mij heel erg aan Afrika denken, zeker in combinatie met het savanne-achtige landschap: een grassteppe vol met geelgroen pijpenstro.

Wanneer kun je het beste naar de Hoge Veluwe komen als je dieren wil zien?

Sowieso in de ochtend en in de avond, dan zijn de dieren het meest actief. Overdag is het vaak drukker in het Park en dan laten ze zich minder zien. Zeker in de zomer bij warm weer, dan zoeken dieren vaak de schaduw op. In namiddag en avond heb je over het algemeen de meeste kans om iets te spotten.

Voor de grote dieren kun je het beste langskomen vanaf eind februari tot en met eind september/half oktober. Dan is het bijna altijd wel raak als je op de juiste plekken bent! Ik kan natuurlijk geen 100 procent garantie geven, het blijven wilde dieren die zelf bepalen of en wanneer ze zich aan ons laten zien. Storm of regen daar hebben ze een hekel aan en blijven dan in de beschutting van het bos.

Vogelliefhebbers plannen hun bezoek het best in het voorjaar en de eerste helft van de zomer. Dan zingen onze vogels volop. Mensen denken vaak dat je ’s morgens vroeg moet komen voor vogelconcerten, maar in de avond hoor je ze ook uit volle borst zingen. Het Deelense Veld is een prachtige plek om vogels te spotten vanwege het gebrek aan bomen. Je kunt de boomvalk dan boven het veld zien jagen en een veld- of boomleeuwerik tegenkomen. Door het jaar heen hebben wij ongeveer 100 verschillende vogelsoorten in het Park. Ruim 70 daarvan broeden hier ook.

En als we zelf de rugstreeppadden willen horen?

Dan is april de beste tijd, maar in tegenstelling tot de normale pad kun je de rugstreeppadden ook midden in de zomer nog horen. Op een mooie zomerdag of juni of juli sta je ’s avonds soms versteld van de paddenconcerten.

Wie interesse heeft in reptielen kan het beste in het voorjaar en de zomer komen. Een wandeling net na openingstijd is ideaal om slangen, hagedissen of adders te zoeken. Daarvoor moet het wel zonnig zijn, want de koudbloedige dieren laten zich bij regenachtig weer niet zien. Ga op een zonnige dag maar eens heel rustig wandelen door een zandgebied of de heide en houd de randen van het pad goed in de gaten. Daar kan je zomaar een zandhagedis, adder of gladde slang zien zonnebaden. Maar je moet goed opletten, ze schieten snel weer weg.

Wat is je advies aan beginnende wildspotters?

Ga naar een van onze zeven wildobservatieplaatsen, daar maken we dieren spotten heel makkelijk. De observatieplaatsen zijn overdekte schuilhutten op strategische plekken met uitzicht op een wildweide. Millelamel is bijvoorbeeld een mooie, die vind je vlakbij het Centrum.

Aan het einde van de dag lopen veel dieren op de wildweide bij de wildobservatieplekken, je hebt niet eens een verrekijker nodig. Ze wandelen dan van de rustige, afgelegen gebieden waar ze overdag staan naar de weides toe, want het gras daar werkt als een magneet. Dat komt doordat we de bodem speciaal bemesten, waardoor het gras beter smaakt voor de reeën en herten. Zo zorgen we dat ze op deze plekken blijven terugkomen.

Daarnaast kunnen mensen op pad met mij of de natuurgidsen.* Het is zeker leuk om een keer een safari te boeken met mij, ik doe iedere maand een themasafari zoals een moeflon-of een reeënbronstsafari. Op zo’n 4 uur durende tocht gaan we met een klein groepje te voet door het Park en zien we eigenlijk altijd wel wild. De vrijwillige natuurgidsen van de Hoge Veluwe organiseren Vroeg uit de veren tochten, die beginnen om 6 uur ’s ochtends al. Zo vroeg in de ochtend is het wild vaak ook nog op pad. Meestal bezoeken ze ook een observatieplaats die dan nog niet toegankelijk is voor de reguliere bezoeker.

*In verband met de coronamaatregelen zijn alle evenementen tot december 2020 afgelast. 

Kunnen we ook zelf op zoek gaan naar wild in het Park?

Jazeker. Dat is hartstikke leuk om te doen, spannend zelfs. Je hebt daarvoor wel enige terreinkennis nodig en het is handig als je iets weet van diersporen. Aan de hand daarvan kun je zien of je in een gebied bent waar zwijnen of edelherten komen.

Ga in de namiddag of avond eens een wandeling maken door een bosgebied waarvan je weet dat er edelherten zitten. Let erop dat je op de paden blijft en altijd tegen de wind inloopt, zodat ze je niet kunnen ruiken. Daarnaast is het verstandig om gedekte kleding te dragen en heel stil te zijn. Alle dieren – edelherten, wilde zwijnen, vossen en dassen – hebben een supergoed gehoor, als je teveel lawaai maakt zijn die razendsnel weg.

Een verrekijker is handig wanneer je op pad gaat, want je moet de omgeving continu afspeuren terwijl je wandelt. Alle dieren hebben goede schutkleuren, en je moet voorkomen dat een hert of ree jou eerder ziet dan jij hem. Blijf eens stilstaan op een pad en tuur het bos voor je af, dan kun je zo’n dier veel beter zien.

De tip die ik altijd aan mensen geef is dat je veel beter ergens rustig kunt gaan zitten dan steeds maar te blijven lopen. Ga in een gebied waar je diersporen hebt gezien eens tegen een boom zitten met een mooi zichtveld voor je. Het wild komt aan het eind van de middag sowieso in beweging. Als je blijft lopen is de kans natuurlijk kleiner dat je ze tegenkomt.

Blijf eens rustig een half uur zitten op een kruising van paden of aan de rand van een open vlakte. Wanneer een dier dan het pad oversteekt of de vlakte op wandelt, dan zie je het zeker. Een strategische plek opzoeken en wachten, dat is de truc! Daarmee heb ik zelf met groepen ook de beste ervaring.

Het is hartstikke leuk als je oog in oog komt te staan met een hert of ree, dat is de kroon op de wandeling, de kers op de taart. Maar ik zeg altijd: vergeet niet om ook van de prachtige landschappen te genieten, want anders mis je een hoop.

Dit vind je misschien ook leuk: